Uit gronding internationaal wetenschappelijk en praktijkonderzoek is een model voor veilige psychiatrische klinieken ontstaan. Hierbij werden zes domeinen geïdentificeerd die nauw samenhangen escalatie risico’s en dwangtoepassingen. Het betreft hier: het contact tussen medepatiënten, individuele patiënten kenmerken, wet en regelgeving, het personeel op de unit, de fysieke omgeving in de kliniek en directe nabij gelegen omgeving. Dit wordt hieronder schematisch weergegeven.

safewards model chart

De buitenste ring van het figuur behelzen de kernaspecten in de verschillende domainen die aanleiding kunnen geven tot conflict situaties of dwangtoepassingen. De volgende ring betreft de invloed die patiënten kunnen om conflict situaties en dwangmaatregelen te voorkomen binnen de zes domeinen. De ring hierna gaat over de preventieve rol van hulpverleners op dezelfde manier. Pijlen die verwijzen naar een andere ring laten zien dat hulpverleners de mogelijkheid en soms de plicht hebben om actie te ondernemen om direct het risico op escalaties en dwangtoepassingen te verlagen. De binnenste ringen laten manifeste conflict situaties zien in relatie tot de zes domeinen. Het zijn de triggers die op zeer korte termijn voor escalaties kunnen zorgen. Escalaties en dwang staan in het hart van het model, de pijl in twee richtingen laat zien dat hier vaak een wederzijds verband is. Een escalatie kan dwangtoepassingen uitlokken maar omgekeerd kan een dwangtoepassing ook weer conflicten en escalatie oproepen.

Team functioneren:

De interne structuur van de unit wordt door een groot deel bepaald door de aanwezig hulpverleners en geldende huisregels op unit, de dagelijkse en wekelijkse routines en wat waar en wanneer gebeurt. Maar ook de manier waarop de missie en visie van de unit wordt uitgestraald door de hulpverleners. Binnen de interne structuur is ook terug te vinden op manier er zorg wordt verleend in termen van efficiëntie en doelmatigheid, maar ook hoe dit ten gunste komt van patiënten op een proactieve of responsieve manier. In dit opzicht is hygiëne en de mate van overzichtelijkheid een belangrijke graadmeter. Daarom zijn deze aspecten opgenomen in de interne structuur. Binnen dit domein vallen ook de tradities en handelingen van hulpverleners bij ernstig ontregeld gedrag. We weten dat de keuze en toepassing van dwangmaatregelen lokaal sterk kunnen verschillen tussen units, instellingen en landen.

De volgende 7 factoren kunnen de interne structuur sterk beïnvloeden;

  1. Het angst en frustratie niveau van hulpverleners in het team en de manier waarop men dit kan reguleren tijdens ernstig ontregeld gedrag van patiënten kan de interne structuur van de unit sterk beïnvloeden. Angst onder hulpverleners kan bij patiënten angst versterken en beïnvloed het vermogen tot zelfcontrole. Het kan ook het sociaal vaardige en effectieve optreden van de hulpverlener belemmeren. Sterke frustraties in het team kunnen zowel woede als het verlies van zelfvertrouwen in de werken bij patiënten en zelfs escalaties uitlokken.
  2. Het bewaken van normen en waarden, zoals eerlijke en open communiceren, het tijdig confronteren met waargenomen hinderlijk of agressief gedrag, het omgaan met elkaar op basis van gelijkwaardigheid en het niet veroordelen van geaardheid of herkomst blijven permanente aandachtspunten maar kunnen soms ook stress opleveren
  3. Gedegen psychosociaal inzicht van hulpverleners, het vermogen om verschillende verklaringen te vinden voor bepaald gedrag vanuit psychologische modellen en het gebruiken van relevant onderzoek of psychodynamische benaderingen zijn belangrijk. Het vermindert de kans op het veroordelende en bestraffende benaderingen van hulpverleners. Dit soort inzichten vergroten het arsenaal van hulpverleners om zodoende genuanceerd te reageren op gedragsproblemen en patiënten gerichter te helpen bij een effectievere emotie regulering.
  4. Een consistente team samenwerking in termen van het elkaar psychologisch en praktisch ondersteunen en het onderling kunnen ventileren van emoties over stressvolle situaties met patiëntenzijn van groot belang voor de kwaliteit van de interne structuur. Het is in dit verband belangrijk dat het team hier consistent mee omgaat door de tijd heen en bij alle hulpverleners en patiënten. Dit helpt bij het legitimeren van een gezonde interne structuur en geeft ondersteuning bij zelfcontrole en verdund vermoedens van ongerechtigheid en hieruit voortvloeiende woede.
  5. Het beheersen van technieken verwijst naar een reeks van sociale en interpersoonlijke vaardigheden om te kunnen omgaan met patiënten die ageren die tegen de bestaande interne structuur. Anderzijds kunnen deze vaardigheden rust en overzicht geven bij het de-escaleren van oplopende agitatie. In dit licht is het daadwerkelijk tonen van positieve waardering over het werken met patiënten, het tonen van respect, compassie en partnerschap.
  6. De twee wijzers in de pijl laat zien hoe hulpverleners de interne structuur kunnen invullen in termen van inhoud, regels en routines en effectief men hier wel of niet vorm aan weet te geven. Daarom wordt dit domein aangemerkt als een belangrijke beïnvloedende factor voorhulpverleners.
  7. Momenten waar de spanningen kunnen gaan pieken in de interne structuur zijn vooral aanwezig als hulpverleners krachtiger invloed gaan uitoefenen door van patiënten bepaald gedrag te verlangen, vragen om ergens mij op te houden, een verzoek te weigeren of een patiënt slecht nieuws te melden of het negeren van iemands expliciet of impliciete verzoek om zaken te ondersteunen.